Overige info
Kwaliteitsindicatoren
Dit zorgpad beschrijft de best mogelijke zorg. De volgende punten zijn belangrijk voor goede kwaliteit van zorg:
- Iedere patiënt heeft een casemanager. De casemanager coördineert het zorgproces. Hij is ook het eerste aanspreekpunt voor de patiënt. In veel gevallen is de hoofdbehandelaar ook de casemanager.
- Iedere patiënt heeft een vaste kinderarts metabole ziekten of internist metabole ziekten. Dit is de hoofdbehandelaar.
- Een dienstdoend kinderarts metabole ziekten of internist metabole ziekten is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor spoedeisende problemen die te maken hebben met GSD III. De bereikbaarheid kan eventueel worden geregeld via de dienstdoend algemeen kinderarts of internist.
- Iedere patiënt heeft een schriftelijke noodbrief.
- De leden van het multidisciplinaire behandelteam zijn aanwezig of beschikbaar voor het UMC.
- De volgende zorgspecialisten zijn standaard bij het zorgtraject betrokken:
- Kinderarts/Internist metabole ziekten
- Diëtist
- De volgende zorgspecialisten zijn zo nodig bij het zorgtraject betrokken:
- (Kinder)Neuroloog
- (Kinder)Fysiotherapeut
- (Kinder)Revalidatiearts
- (Kinder)Cardioloog
- (Kinder)Psycholoog
- Chirurg
- Gynaecoloog
- Klinisch geneticus
- Maatschappelijk werker
- De medebehandelaren binnen het behandelteam krijgen informatie via de kinderarts metabole ziekten of internist metabole ziekten. De medebehandelaren rapporteren actief terug aan de hoofdbehandelaar.
- Als een kind 18 jaar wordt, gaat hij van behandeling door de kinderarts over naar behandeling door de internist. Dit wordt transitie genoemd. Voor deze transitie is er overleg tussen de kinderarts metabole ziekten en de internist metabole ziekten. Dat overleg gebeurt schriftelijk en/of mondeling.
- De hoofdbehandelaar houdt de huisarts op de hoogte over de actuele situatie van de patiënt. Dat gebeurt schriftelijk en/of mondeling.
- De uitslagen van onderzoeken worden op afspraak met de patiënt en/of ouders besproken.
- Dit zorgpad wordt iedere vijf jaar herzien, in opdracht van VKS. Daardoor voldoet de beschreven zorg aan de nieuwste inzichten.
Consensus
Er werd consensus (overeenstemming) bereikt over dit zorgpad door de afdelingen Metabole Ziekten van de volgende Universitair Medische Centra op 15 december 2011:
Kinderartsen:
- Amsterdam Universitair Medische Centra (locaties AMC en VUmc)
- Maastricht Universitair Medisch Centrum
- Universitair Medisch Centrum Groningen
- Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam
- Radboud universitair medisch centrum, Nijmegen
- Universitair Medisch Centrum Utrecht
Internisten:
- Amsterdam Universitair Medische Centra
- Maastricht Universitair Medisch Centrum
- Universitair Medisch Centrum Groningen
- Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam
- Radboud universitair medisch centrum, Nijmegen
Dit zorgpad is herzien op 18 juli 2023.
Disclaimer
De informatie in dit zorgpad is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld.
In dit zorgpad is de optimale begeleiding en behandeling vastgesteld. Dit is gebeurd op basis van de huidige kennis. Dankzij wetenschappelijk onderzoek komt men steeds tot nieuwe inzichten. De informatie in dit zorgpad kan dus verouderen. Daarom wordt dit zorgpad iedere vijf jaar aangepast aan de meest recente inzichten. Dit gebeurt in opdracht van VKS.
Dit zorgpad is een afspraak tussen behandelaren en patiënten over hoe de optimale zorg bij Glycogeenstapelingsziekte type III eruit moet zien. Het is een algemene richtlijn; er kunnen goede redenen zijn om in overleg bij individuele patiënten hiervan af te wijken. Naast deze patiëntenversie bestaat er een behandelarenversie van dit zorgpad.
De informatie in dit zorgpad is geen vervanging van een consult of behandeling bij een arts.
Colofon
Auteurs:
Dr. T.G.J. Derks1
Dr. A.B. Schreuder1
Dr. M.M. van der Klauw2
F. de Boer1
M.J. Fokkert-Wilts1
Coördinatie:
H.K. Dekker3
Eindredactie:
Drs. P.J.Th. Hollak3
- Beatrix Kinderziekenhuis, Sectie Metabole Ziekten, Universitair Medisch Centrum Groningen
- Afdeling Endocrinologie, Universitair Medisch Centrum Groningen
- Volwassenen, Kinderen en Stofwisselingsziekten





