Ziektepresentatie

Ziektebeschrijving

Klassieke galactosemie (McKusick 230400) is een metabole ziekte met aanvang (en levensbedreigend) in de neonatale periode. Zuigelingen ontwikkelen gewoonlijk voedingsproblemen, lethargie en ernstige leverziekte.[1]

Etiologie
Klassieke galactosemie wordt veroorzaakt door mutaties in het GALT (9p13) gen, dat codeert voor het enzym galactose-1-fosfaat uridyltransferase.[2] Mutaties die de enzymactiviteit ernstig verminderen resulteren in het klassieke galactosemie fenotype. De zogenaamde varianten zijn mutaties geassocieerd met hogere residuele enzymactiviteit die soms resulteren in mildere of geen kenmerken van galactosemie.

Epidemiologie
De globale prevalentie is onbekend, maar de gerapporteerde geschatte jaarlijkse incidentie in westerse landen ligt tussen 1/40.000 en 1/60.000[3]. De aandoening lijkt vaker voor te komen bij de Kaukasische populatie dan bij andere etnische groepen, maar cijfers van andere populaties kunnen worden onderschat. Mannen en vrouwen worden in gelijke mate getroffen.

Klinische beschrijving
Bij inname van moedermelk of lactosebevattende kunstvoeding ontwikkelen zuigelingen voedingsproblemen, groeistoornissen en tekenen van leverschade (geelzucht, neiging tot bloeden, hypoglykemie). Bij gebrek aan een geschikte behandeling (galactosebeperking) kunnen sepsis (E. coli) en neonatale sterfte voorkomen. Na start van het dieet volgt snel herstel. Ondanks adequate behandeling verschijnen op lange termijn bij veel patiënten complicaties, inclusief cognitieve stoornissen, motorische stoornissen, ovariële disfunctie met een verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen en verminderde botdichtheid. Mannelijke vruchtbaarheid lijkt niet aangedaan.

Diagnostische methodes
In veel landen worden kinderen bij de geboorte routinematig gescreend op galactosemie. Als neonatale screening niet wordt uitgevoerd, wordt de diagnose op basis van het klinisch beeld bepaald. De diagnose kan bevestigd worden door bepaling van enzymactiviteit en GALT-mutatieanalyse.

Differentiële diagnose
Differentiële diagnoses zijn galactose-epimerasedeficiëntie en andere ziekten die een acute leverziekte veroorzaken bij de pasgeborene.

Antenatale diagnose
Prenatale diagnose wordt meestal uitgevoerd door mutatieanalyse van de genen verkregen via een vlokkentest. Bij risicolopende familieleden is testen ook mogelijk door te zoeken naar de mutatie, wanneer deze reeds in een familie is geïdentificeerd.

Genetisch advies
Galactosemie volgt een autosomaal recessief patroon van overerving. Ouders van een getroffen kind hebben 25% kans op het krijgen van getroffen kinderen bij volgende zwangerschappen.

Beheersing en behandeling
De behandeling is voornamelijk gebaseerd op galactosebeperking in de voeding. Zuigelingen moeten worden gevoed met kunstvoeding op sojabasis of andere lactosevrije kunstvoeding. De beschrijving van het dieet staat uitgebreid vermeld in het hoofdstuk Begeleiding – Kinderen – Dieetmaatregelen. Om een verminderde botmassa te voorkomen, worden calcium- en vitamine D-supplementen aanbevolen als de voedselopname niet voldoet aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Monitoring van cognitieve en motorische ontwikkeling, gonadale functie en botmassa wordt geadviseerd. Oogonderzoek wordt aanbevolen in het geval van neonatale cataract of in geval van slechte dieettrouw. Op lange termijn treden complicaties op, ondanks dieetbehandeling.

Prognose
De ernst van de langetermijnproblemen verschilt sterk tussen patiënten en zelfs tussen kinderen uit één gezin. Op dit moment is niet goed te voorspellen welke patiënt meer of minder complicaties zal ontwikkelen.

Hielprik

Positief indien galactose-1-fosfaat uridyltransferase (GALT-)activiteit ≤ 2,0 U/dl en totaal galactose in bloed ≥ 1100 µmol/l.

De ANS-MZ (Landelijke Adviescommissie neonatale screening Metabole Ziekten) heeft een richtlijn in de vorm van een flowchart opgesteld voor de werkwijze na positieve hielprikscreening.

Symptomen

Presentatie bij ongescreende patiënten
Voedingsproblemen, leverfunctiestoornissen met icterus en stollingsproblemen, hypoglykemie, niertubulusdisfunctie, hypotonie, cataract, sepsis (m.n. E. coli).

Symptomen

  • voedingsproblemen
  • leverziekte met icterus
  • sepsis

Behandeling

Dieet

Voor patiënten met een restactiviteit van het GALT-enzym in erytrocyten < 10% en/of 2 fouten in het erfelijk materiaal beschreven als passend bij klassieke galactosemie wordt een galactosebeperkt dieet geadviseerd. Er is niet voldoende bewijs om advies te geven over het wel of niet behandelen van personen met een restactiviteit van het GALT-enzym van 10-15%.

Niveau 4

Aanbeveling 2, International clinical guideline for the management of classical galactosemia: diagnosis, treatment, and follow-up (2017)[4, 6-19]

Duarte variant

Aanbevolen wordt om patiënten met de Duarte-variant van galactosemie niet te behandelen.

Niveau 4

Aanbeveling 3, International clinical guideline for the management of classical galactosemia: diagnosis, treatment, and follow-up (2017)[4, 9, 10]

Ook hormoononderzoek bij mensen met Duarte galactosemie wordt niet aanbevolen, omdat er geen bewijs is dat er problemen zijn met de eierstokken.

Niveau 4

Aanbeveling 27, International clinical guideline for the management of classical galactosemia: diagnosis, treatment, and follow-up (2017)[4, 8, 11, 13, 14, 17]

Medicatie

  • Er bestaan geen medicijnen voor de behandeling van galactosemie.
  • Het gebruik van medicatie waarin galactose of lactose is verwerkt, moet worden overlegd met de behandelend metabole arts. De meeste medicijnen bevatten een zodanig kleine hoeveelheid (ga)lactose dat ze wel gebruikt kunnen worden.

Reageren is niet mogelijk