Diagnostiek
Laboratoriumbevindingen
Afwijkende hielprik verdacht voor LCHADD/MTPD
Bij een afwijkende hielprik verdacht voor LCHADD/MTPD wordt de zuigeling altijd doorverwezen naar een metabool centrum. Het metabool centrum moet altijd enzymdiagnostiek in leukocyten of in een fibroblastenkweek verrichten om de diagnose te bevestigen of uit te sluiten. Er kan niet worden volstaan met het herhalen van het acylcarnitineprofiel. Het acylcarnitineprofiel kan namelijk bij een gevoede en niet-zieke zuigeling met LCHADD/MTPD volledig normaal zijn.
Indien de enzymdiagnostiek afwijkend is, wordt DNA-diagnostiek (naar de HADHA- en HADHB-genen) verricht. Tevens wordt, indien dit nog niet verricht is, een huidbiopt afgenomen voor fibroblastenkweek (zie ook ‘Behandeling’).
Verdenking op LCHADD/MTPD in verband met klachten en symptomen
Bij klinische verdenking op LCHADD/MTPD wordt de patiënt doorverwezen naar een metabool centrum. Daar wordt metabole screening ingezet, bestaande uit acylcarnitineprofiel in plasma en organische zuren in urine en plasma. Indien hierbij afwijkingen worden gevonden, moet enzymdiagnostiek in leukocyten of in fibroblasten worden verricht om de diagnose te bevestigen of uit te sluiten. Organische zuren in urine tonen een C6-C14 (hydroxy) dicarbonzuuracidurie aan. Analyse van acylcarnitines toont verhoogde niveaus van langeketenhydroxyacylcarnitinesoorten (C14-OH, C16-OH, C18-OH, en C18: 1-OH) in bloed. Er kan op basis van acylcarnitineprofiel geen onderscheid gemaakt worden tussen LCHADD en MTPD. Enzymanalyse van gekweekte fibroblasten of lymfocyten toont geïsoleerde deficiëntie van langeketen-3-hydroxyacyl-CoA-dehydrogenase-activiteit voor LCHADD en van zowel LCHAD-activiteit en langeketen-3-ketoacyl-CoA-thiolase (LCKAT) voor MTPD.
Indien de enzymdiagnostiek afwijkend is, wordt DNA-diagnostiek (naar de HADHA- en HADHB-genen) verricht. Een mutatie in een of beide genen kan tot MTPD leiden door instabiliteit van het eiwitcomplex. Een mutatie in het HADHA-gen kan ook tot geïsoleerde LCHADD leiden.
Indien de diagnose LCHADD/MTPD bij een patiënt bevestigd is, is counseling geïndiceerd. Tevens wordt aanbevolen onderzoek naar LCHADD/MTPD bij ouders en/of eventuele broers en/of zussen binnen het gezin te verrichten.
Differentiële diagnose
Deficiëntie van mitochondrieel trifunctioneel eiwit (MTPD) is klinisch niet te onderscheiden van geïsoleerde LCHADD.
Een deel van de klachten passend bij LCHADD/MTPD (hypoketotische hypoglykemie, rabdomyolyse, myoglobinurie, cardiomyopathie) kan lijken op klachten die bij andere langeketenvetzuuroxidatiestoornissen voorkomen (VLCADD, CPT2D).
Aanvullend onderzoek
Erfelijkheidsadvies
LCHADD/MTPD erft autosomaal recessief over. Erfelijkheidsadvies kan worden gegeven door de hoofdbehandelaar of eventueel de klinisch geneticus.
Prenatale diagnostiek
Prenatale diagnostiek kan worden uitgevoerd bij gezinnen die bekend zijn met de ziekte door middel van mutatieanalyse of het bepalen van de enzymactiviteit in uit het vruchtwater gekweekte amniocyten.





