Ziektepresentatie
Ziektebeschrijving
Biotinidasedeficiëntie is een zeldzame autosomaal recessieve erfelijke metabole ziekte (incidentie ongeveer 1 in 60.000). Door een te lage activiteit van het enzym biotinidase kan biotine (ook wel vitamine H of B8 genoemd) niet hergebruikt worden. Hierdoor ontstaat er uiteindelijk een tekort aan biotine, tenzij het door inname wordt aangevuld. Biotine is een wateroplosbaar vitamine dat als co-factor van belang is voor de gluconeogenese, de synthese van vetzuren en de afbraak van meerdere vertakte keten aminozuren. Biotinetekort kan daarom aanleiding geven tot een metabole ontregeling met metabole acidose, hyperammoniëmie en/of hypoglykemie. Symptomen van ernstige biotinidasedeficiëntie (enzymactiviteit van < 10%) zijn soms al een week na de geboorte aanwezig, maar ontstaan soms ook pas na jaren, met een gemiddelde van 3 maanden. Bij partiële biotinidasedeficiëntie (enzymactiviteit 10 tot < 20%) is het klinisch beeld erg variabel.
Alleen patiënten met een ernstige deficiëntie lijken risico te lopen op het ontwikkelen van ernstige en irreversibele klachten (ontwikkelingsachterstand, visusstoornissen, sensorineuraal gehoorverlies). Bij tijdige start van behandeling met biotine kan irreversibele schade worden voorkomen en hebben patiënten een normale levensverwachting. De aandoening wordt daarom sinds 2007 in Nederland opgespoord door middel van de hielprik.
Hielprik
Hielprikscreening
Positief indien biotinidaseactiviteit < 20%. Bij een positieve hielprik wordt doorverwezen naar een metabool centrum voor het bepalen van de biotinidaseactiviteit in plasma voor bevestiging (of verwerpen) van de diagnose biotinidasedeficiëntie.[1]
De ANS-MZ (Landelijke Adviescommissie neonatale screening Metabole Ziekten) heeft een richtlijn in de vorm van een flowchart opgesteld voor de werkwijze na positieve hielprikscreening.
Symptomen
Patiënten met een onbehandelde ernstige deficiëntie (< 10% biotinidaseactiviteit) hebben vaak klachten die ook bij andere metabole aandoeningen worden gezien:
- epilepsie
- hypotonie
- ademhalingsproblemen (hyperventilatie, stridor, apneu)
- visusstoornissen (o.a. opticusatrofie)
- gehoorverlies
- ontwikkelingsachterstand
en klachten die specifieker zijn voor biotinidasedeficiëntie:
- eczemateuze uitslag
- alopecia
- conjunctivitis
- candidiasis
- ataxie.
Bij oudere kinderen en adolescenten met een ernstig biotinetekort kunnen scotomata, spierzwakte en spastische paraparese voorkomen.[2, 3]
Patiënten met een onbehandelde partiële biotinidasedeficiëntie (10-20% biotinidaseactiviteit) zijn meestal asymptomatisch maar kunnen bovengenoemde klachten en met name gehoorverlies krijgen. De klachten zijn dan doorgaans mild en worden uitgelokt door psychische of lichamelijke stress (bijv. infectie, ziekte, koorts of vasten).
Behandeling
Behandeling bij asymptomatische patiënten
Patiënten die door middel van de hielprik zijn gediagnosticeerd en klachtenvrij zijn, worden levenslang behandeld met biotine (zie onder Medicatie). Zij hebben een normale levensverwachting en worden alleen i.v.m. hun medicatiegebruik vervolgd door de kinderarts/internist.
Baby’s met een oudere broer/zus die biotinidasedeficiëntie heeft, moeten meteen worden behandeld met biotine voordat de uitslag van de hielprik of enzymdiagnostiek in plasma bekend is.
Behandeling bij symptomatische patiënten
Patiënten die zich op basis van symptomen bij de kinderarts of internist presenteren, ontvangen naast behandeling met biotine (zie onder ‘Medicatie’) zo nodig de volgende behandeling:
- Epilepsie: anti-epileptica i.o.m. (kinder)neuroloog
- Visusstoornissen: praktische hulpmiddelen voor slechtzienden
- Gehoorstoornissen: gehoorapparaat, cochleair implantaat
- Ontwikkelingsachterstand: behandeling/begeleiding door fysiotherapeut, logopedist, revalidatiearts, maatschappelijk werker (hulp bij sociaal en zelfstandig functioneren).
Medicatie
Biotine
Personen met ernstige biotinidasedeficiëntie (enzymactiviteit < 10%) worden levenslang behandeld met biotine, ook als er nog enige enzymactiviteit is. Kinderen met ernstige biotinidasedeficiëntie die klachten hebben, tonen verbetering bij behandeling met biotine 5-10 mg/oraal/dag (tablet of capsule). Indien nodig kan worden overwogen tot 20 mg biotine per dag te geven. Bij partiële biotinidasedeficiëntie kan er gekozen worden voor een lagere dosering.
Bij partiële biotinidasedeficiëntie (enzymactiviteit 10 tot ≤ 20%) wordt laagfrequent biotine gegeven (5 mg 1-2x/week).
NB: het gaat om behandeling met vrij biotine! Er zijn verschillende biotinepreparaten vrij verkrijgbaar met een lage beschikbaarheid van vrij biotine waarbij op dit moment niet uitgesloten kan worden dat er alsnog symptomen ontstaan ondanks suppletie. Vooralsnog is daarom het advies om biotine te laten verstrekken via de ziekenhuisapotheek van het UMC (i.v.m. vergoeding) en in ieder geval altijd voor heel jonge kinderen.
Te vermijden voedingsmiddelen
Rauwe eieren moeten vermeden worden omdat ze avidine bevatten. Avidine bindt zich aan vitamine B8, waardoor vitamine B8 niet meer kan worden opgenomen.
|
Niveau 4 |
Verworven symptomatische biotinedeficiëntie op basis van inname van rauwe eieren is beschreven. Starten van biotine en staken van inname rauwe eieren leidde tot klinisch en biochemisch herstel.[4] |





