Diagnostiek

Laboratoriumbevindingen

Vaststellen diagnose NPC

LET OP: De snel verbeterende techniek van exoom sequencing maakt dat tegenwoordig de diagnostiek vaak ook primair gedaan kan worden m.b.v. DNA-diagnostiek!

Eerst biochemische diagnostiek:

  • Gekweekte fibroblasten door middel van huidbiopt.
    • Filipinekleuring: aantonen van abnormale intracellulaire cholesterol en glycosfingolipidenophoping.
    • Eventueel, bij onduidelijke variant fenotype bij filipinekleuring: enzymfunctie: aantonen van abnormale intracellulaire cholesterol esterificatie bij aanbieden van overmaat aan LDL-cholesterol. Dit is echter een zeer complexe test.
  • Interpretatie:
    • Klassieke fenotype (85%): duidelijk afwijkende filipinekleuring en enzymfunctie.
    • Variant fenotype (15%): dubieus afwijkende filipinekleuring en enzymfunctie.

Daarna bevestiging diagnose door middel van DNA-diagnostiek:

  • Mutatieanalyse: (AMC Amsterdam of ErasmusMC Rotterdam; www.dnadiagnostiek.nl)
    • NPC 1-gen: mutatie bij 95% van de patiënten, locatie: 18q11.
    • NPC 2-gen: mutatie bij 4% van de patiënten, locatie: 14q24.3.

Vaststellen uitgangssituatie bij diagnose

Laboratoriumonderzoek:

  • Bloedbeeld (vooral bij splenomegalie).
  • Leverenzymen, leverfunctie (bij diagnose op jonge leeftijd).
  • Eventueel: chitotriosidase (er is op dit moment nog geen goede marker voor NPC. Chitotriosidase is meestal wel verhoogd maar er is geen relatie aangetoond tussen de concentratie van chitotriosidase en de ernst van de ziekte of het reageren op therapie.) 

Beeldvorming:

  • Eventueel: MRI-hersenen (heeft geen directe klinische consequenties).
  • Echo abdomen (vastleggen grootte van lever en milt als uitgangswaarde voor behandeling).

Beoordelen functioneren van de patiënt:

  • Evaluatie neurologische functie waarbij de ernst van de neurologische aandoening ook moet worden vastgelegd door middel van de NPC disability scale.
  • Eventueel: evaluatie neuropsychologisch functioneren, afhankelijk van leeftijd en klinisch beeld.
  • Eventueel: evaluatie van gehoor door middel van audiologisch onderzoek.
  • Eventueel: evaluatie van de (ernst van) de verticale supra-nucleaire blik parase en vastleggen van de snelheid van de saccadische oogbewegingen (er zijn overigens geen aanwijzingen dat deze parameters gebruikt kunnen worden om eventuele effectiviteit van therapie mee te meten. De klinische consequentie is derhalve gering).

Aanvullend onderzoek

LET OP: Onderzoek naar NPC bij broers en/of zussen binnen het gezin is altijd geïndiceerd aangezien vaak sprake is van een grote mate van intrafamiliale heterogeniteit in de presentatie waardoor niet vertrouwd kan worden op het asymptomatisch zijn van een oudere (of jongere) broer of zus.

Prenatale diagnostiek

Chorionvillusbiopsie of amnionpunctie:
○    DNA-diagnostiek: indien er een mutatie is aangetoond in de proband.
○    Biochemische diagnostiek: indien er een klassiek fenotype is bij de proband.

Reageren is niet mogelijk