Bijlagen
Verklarende woordenlijst
|
Aangeboren |
Vanaf de geboorte aanwezig. |
|
(Acute) ontregeling |
Het ontsporen van het evenwicht in het lichaam van energie en afvalstoffen. |
|
Aminozuren |
De bouwstenen van eiwitten. |
|
Botmassa |
De botmassa is de hoeveelheid bot die iemand heeft. Als de botmassa te laag is, heeft iemand een grotere kans op botbreuken. |
|
Cataract |
Cataract wordt ook staar genoemd. Het is een troebeling van de ooglens die het zien verstoort. |
|
Chromosoom |
In iedere Cel van het lichaam zitten chromosomen. Chromosomen zijn een soort strengen. Ze bestaan uit een stof die we DNA noemen. In dit DNA zit een soort ‘code’ waarin al onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. |
|
Diagnostiek |
De techniek en handelingen die nodig zijn om de oorzaak van iets vast te stellen aan de hand van de verschijnselen die erdoor worden veroorzaakt. |
|
DNA |
Een (reuzen)molecuul uit de kern van een cel dat ieders eigen, genetische informatie bevat. Het DNA bevat de code voor de aanmaak van eiwitten. |
|
Dysartrie |
Dysartrie is een spraakstoornis. De spieren die nodig zijn voor de stemgeving, het ademen en de uitspraak werken door een beschadiging van het zenuwstelsel onvoldoende. Omdat mensen met Dysartrie moeilijk te verstaan zijn, kan de communicatie problemen opleveren door bijvoorbeeld onduidelijke uitspraak, nasaal (door de neus) spreken of een combinatie hiervan. |
|
Endocrinoloog |
Een arts die is gespecialiseerd in de diagnose, behandeling en het onderzoek van ziekten en afwijkingen aan organen die hormonen produceren. Dit zijn bijv. de schildklier, hypofyse, alvleesklier en bijnieren |
|
Enzymen |
Eiwitten die door het lichaam zelf gemaakt worden en betrokken zijn bij allerlei processen in de cel. Zij helpen bij de verbranding of vorming van bepaalde stoffen doordat zij elementen kunnen afknippen of eraan plakken zodat een andere stof ontstaat. |
|
Erfelijk |
Van ouder op kind overgaand. Erfelijke aandoeningen zijn afwijkingen die worden geërfd van de ouders. |
|
Erfelijk materiaal |
Speciale ‘chemische verbindingen’ die de instructies bevatten voor alle celprocessen. Dit celmateriaal is bij ieder mens uniek. Deze gegevens zijn opgeslagen in het DNA van alle cellen en weefsels. |
|
Fermenteren |
Ook gisten genoemd. Fermenteren is een chemische verandering in natuurlijke producten. Deze komt tot stand door schimmels of bacteriën die het fermentatieproces in gang zetten. Bij de productie van veel dagelijks genuttigde voeding wordt fermentatie toegepast. |
|
Galactose |
Een suiker die in het lichaam wordt opgenomen uit voeding |
|
Galactose-1-fosfaat uridyltransferase (GALT) |
Een Enzym dat niet goed werkt bij patiënten met galactosemie. Daardoor kunnen deze patiënten geen galactose verdragen. |
|
Gefermenteerd |
Zie: fermenteren |
|
Genen |
Op de chromosomen zitten de genen. Een Gen is een stukje DNA. Elk gen beschrijft de code van een kenmerk, die (mee)bepaalt hoe je er uit ziet, hoe je lichaam werkt of hoe je bent. |
|
Hielprik |
Sinds 1974 wordt van (bijna) alle baby’s in Nederland kort na de geboorte bloed onderzocht op een aantal Aangeboren aandoeningen. Hiervoor wordt tussen de 3e en de 7e dag na de geboorte een paar druppels bloed afgenomen door middel van de zogenaamde hielprik (ook Guthrie-test genoemd). |
|
Hoofdbehandelaar |
De persoon die verantwoordelijk is voor het gehele zorgproces en dit coördineert en overziet. |
|
Infectie |
Een besmetting van het lichaam of een deel daarvan met een ziekteverwekker (meestal een bacterie of een virus). |
|
Klinisch geneticus |
Arts gespecialiseerd in erfelijkheid. |
|
Koolhydraten |
Voedingsstoffen die dienen als brandstof en energieleverancier voor het lichaam. Koolhydraten die het lichaam kan verteren, zijn een belangrijke bron van energie. Een voorbeeld hiervan is suiker. Koolhydraten die het lichaam niet kan verteren, zijn voedingsvezels. Deze zijn belangrijk voor een goede darmwerking. |
|
Koorts |
Een verhoging van de lichaamstemperatuur, meestal als gevolg van een infectie. Onze lichaamstemperatuur ligt normaal gesproken rond de 37°C. Er is sprake van verhoging wanneer de temperatuur hoger is dan 37,5°C. Boven de 38°C spreken we van koorts. |
|
Lactose |
Lactose is een suiker die in melkproducten voorkomt. Daarom heet het ook wel melksuiker. Lactose behoort tot de koolhydraten. |
|
Logopedist |
Een therapeut voor mensen die problemen hebben met hun stem, spraak, taal of gehoor. Ook kan de logopedist hulp bieden bij problemen met de andere mondfuncties zoals kauwen, slikken, eten. |
|
Metabole ziekte (zie ook Stofwisselingsziekte) |
Metabole ziekten worden veroorzaakt doordat een specifiek enzym in de cellen van het lichaam ontbreekt. De kenmerken en symptomen van de ziekte hangen af van de functie die dit enzym normaal gesproken heeft. Soms betreft het meer dan één enzym of een enzymcomplex. |
|
Mitochondriën |
De deeltjes in de cel die verantwoordelijk zijn voor het leveren van energie door de omzetting van allerlei stoffen. Mitochondriën worden ook wel de energiecentrales van het lichaam genoemd. |
|
Neonataal |
Pasgeboren |
|
Neuroloog |
Een arts die zich met name bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten van de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. |
|
Ongefermenteerd |
Zie: fermenteren |
|
Ontregeling |
Zie (Acute) ontregeling |
|
Organische zuren |
Tussenstoffen die ontstaan door de verbranding/omzetting van eiwitten. |
|
Prenataal |
Voor de geboorte. Prenataal onderzoek wordt dus uitgevoerd tijdens de zwangerschap. |
|
Presentatie |
Term die artsen gebruiken om de klachten te beschrijven waarmee een patiënt voor de eerste keer komt. |
|
Psychosociale problemen |
Hierbij gaat het om twee soorten problemen die met elkaar samenhangen: problemen die te maken hebben met uw gevoelens en gedachten (psychische problemen) en problemen die te maken hebben met andere mensen of instanties (sociale problemen). Bijvoorbeeld: iemand voelt zich angstig en somber omdat zijn partner zich niet aan afspraken houdt. |
|
Sepsis |
Bloedvergiftiging. Aanwezigheid en vermeerdering van bacteriën in het bloed, waardoor ernstige ziekteverschijnselen ontstaan, zoals hoge koorts en shock. |
|
Sociaal-emotionele ontwikkeling |
De sociaal-emotionele ontwikkeling houdt in dat iemand een eigen persoonlijkheid ontwikkelt die overeenkomt met verwachtingen en gedragingen in de sociale omgeving. |
|
Staar |
Oogziekte waarbij het gezichtsvermogen afneemt doordat de lens ondoorzichtig wordt (ook cataract genoemd). |
|
Stofwisseling |
Alle processen in het lichaam waar stoffen worden samengesteld en afgebroken. Dit kan uiteindelijk zorgen voor bijvoorbeeld energie of voor groei. |
|
Stofwisselingsziekte |
Stofwisselingsziekten worden veroorzaakt doordat een specifiek enzym in de cellen van het lichaam ontbreekt. De kenmerken en symptomen van de ziekte hangen af van de functie die dit enzym normaal gesproken heeft. Soms betreft het meer dan één enzym of een enzymcomplex. |
|
Streekziekenhuis |
Plaatselijk ziekenhuis dat niet verbonden is aan een universiteit. Opgericht vanuit een door bevolkingsgroei ontstane behoefte om in iedere streek een eigen ziekenhuis te hebben. |
|
Universitair Medisch Centrum (UMC) |
Een ziekenhuis dat is verbonden aan een universiteit. Synoniem aan Academisch Ziekenhuis. Er zijn in Nederland 7 UMC’s met een afdeling metabole ziekten:
|
|
Vruchtwaterpunctie |
Bij een vruchtwaterpunctie wordt met behulp van een naald wat vruchtwater uit de baarmoeder afgenomen. De cellen uit het vruchtwater worden onderzocht op een eventuele chromosoomafwijking. Gewoonlijk vindt het vruchtwateronderzoek plaats bij een zwangerschapsduur van ongeveer 16 weken. |





