Bijlagen
Verklarende woordenlijst
|
Aangeboren |
Vanaf de geboorte aanwezig. |
|
Acroparesthesie |
Abnormaal tintelen, pijn, een branderig gevoel en gevoelloosheid, vooral in de handpalmen en onder de voeten. |
|
Angiokeratoom |
Angiokeratomen zijn verwijde oppervlakkige bloedvaatjes in de huid. Ze zien eruit als rood-paarse zwellinkjes en liggen als kleine bobbeltjes op de huid. Angiokeratomen zijn goedaardig. |
|
Cardiomyopathie |
Cardiomyopathie is een verzamelnaam voor ziekten van de hartspier. Door een verwijde of verdikte hartspier is de pompfunctie van het hart verzwakt. Er is ook een vorm van Cardiomyopathie waarbij de hartspier zijn soepelheid verliest en verandert in stijf bindweefsel. |
|
Cornea verticillata |
Bij cornea verticillata wordt het hoornvlies van het oog troebel zonder dat er klachten met zien ontstaan. Er ontstaan spiraalsgewijze strepen in de bekleding van het hoornvlies waardoor een sterpatroon ontstaat. Dit is met een spleetlamponderzoek zichtbaar te maken. |
|
Diagnostiek |
De techniek en handelingen die nodig zijn om de oorzaak van een ziekte of probleem vast te stellen aan de hand van de verschijnselen die erdoor worden veroorzaakt. |
|
DNA |
Een (reuzen)molecuul uit de kern van een Cel dat ieders eigen, genetische informatie bevat. Het DNA bevat de code voor de aanmaak van eiwitten. |
|
Enzymen |
Eiwitten die door het lichaam zelf gemaakt worden en betrokken zijn bij allerlei processen in de cel. Zij helpen bij de verbranding of vorming van bepaalde stoffen doordat zij elementen kunnen afknippen of eraan plakken zodat een andere stof ontstaat. |
|
Erfelijk |
Van ouder op kind overgaand. Erfelijke aandoeningen zijn afwijkingen die worden geërfd van de ouders. Een ander woord voor erfelijk is genetisch. |
|
Erfelijk materiaal |
Speciale ‘chemische verbindingen’ die de instructies bevatten voor alle celprocessen. Dit celmateriaal is bij ieder mens uniek. Deze gegevens zijn opgeslagen in het DNA van alle cellen en weefsels. |
|
Genetisch |
Erfelijk; betrekking hebben op erfelijkheid. |
|
Hoofdbehandelaar |
De persoon die verantwoordelijk is voor het hele zorgproces en dit coördineert en overziet. |
|
Infectie |
Een besmetting van het lichaam of een deel daarvan met een ziekteverwekker (meestal een bacterie of een virus). |
|
Intraveneus |
Intraveneus betekent letterlijk ‘in een ader’. Meestal gaat het dan om toediening van een geneesmiddel via een injectie, een ‘intraveneuze injectie’. Het geneesmiddel komt dan direct in de bloedbaan terecht. |
|
Klinisch geneticus |
Arts gespecialiseerd in erfelijkheid. |
|
Koolhydraten |
Voedingsstoffen die dienen als brandstof en energieleverancier voor het lichaam. Koolhydraten die het lichaam kan verteren, zijn een belangrijke bron van energie. Een voorbeeld hiervan is suiker. Koolhydraten die het lichaam niet kan verteren, zijn voedingsvezels. Deze zijn belangrijk voor een goede darmwerking. |
|
Koorts |
Een verhoging van de lichaamstemperatuur, meestal als gevolg van een infectie. Onze lichaamstemperatuur ligt normaal gesproken rond de 37°C. Er is sprake van verhoging wanneer de temperatuur hoger is dan 37,5°C. Boven de 38°C spreken we van koorts. |
|
Lysosoom |
Een lysosoom is een onderdeel van een cel dat stoffen bevat die eiwitten, koolhydraten en vetten kunnen afbreken. |
|
Mitochondriën |
De deeltjes in de cel die verantwoordelijk zijn voor het leveren van energie door de omzetting van allerlei stoffen. Mitochondriën worden ook wel de energiecentrales van het lichaam genoemd. |
|
Nefroloog |
Een internist die gespecialiseerd is in de nieren en zich bezighoudt met de oorzaken en behandeling van nierschade. Een kindernefroloog is een nefroloog die zich weer verder heeft gespecialiseerd in nieraandoeningen bij kinderen. |
|
Neuroloog |
Een arts die zich met name bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van ziekten van de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. |
|
Presentatie |
Term die artsen gebruiken om de klachten te beschrijven waarmee een patiënt voor de eerste keer komt. |
|
Psychosociale problemen |
Hierbij gaat het om twee soorten problemen die met elkaar samenhangen: Problemen die te maken hebben met uw gevoelens en gedachten (psychische problemen) en problemen die te maken hebben met andere mensen of instanties (sociale problemen). Bijvoorbeeld: iemand voelt zich angstig en somber omdat zijn partner zich niet aan afspraken houdt. |
|
Sociaal-emotionele ontwikkeling |
De sociaal-emotionele ontwikkeling houdt in dat iemand een eigen persoonlijkheid ontwikkelt die overeenkomt met verwachtingen en gedragingen in de sociale omgeving. |
|
Stofwisseling |
Alle processen in het lichaam waar stoffen worden samengesteld en afgebroken. Dit kan uiteindelijk zorgen voor bijvoorbeeld energie of voor groei. |
|
Stofwisselingsziekte |
Stofwisselingsziekten worden veroorzaakt doordat een specifiek Enzym in de cellen van het lichaam ontbreekt. De kenmerken en symptomen van de ziekte hangen af van de functie die dit enzym normaal gesproken heeft. Soms betreft het meer dan één enzym of een enzymcomplex. |
|
Streekziekenhuis |
Plaatselijk ziekenhuis dat niet verbonden is aan een universiteit. Streekziekenhuizen zijn opgericht vanuit een door bevolkingsgroei ontstane behoefte om in iedere streek een eigen ziekenhuis te hebben. |
|
Universitair Medisch Centrum (UMC) |
Een ziekenhuis dat is verbonden aan een universiteit. Synoniem aan Academisch Ziekenhuis. Er zijn in Nederland 7 UMC’s met een afdeling metabole ziekten:
|





